WERKTHEMA 2018-2019: op drift of gedreven. Hedendaagse genotswijzen

Op drift of gedreven



Drift, de term is ons vertrouwd vanuit het gewone taalgebruik. Maar het is en blijft ook één van de centrale concepten in Freuds psychoanalyse. Driftbui, driftkikker, driftkop, driftstroom, driftsneeuw, driftzand, drifter, … In het gewone taalgebruik openen de betekenaars een semantisch veld dat zowel explosiviteit als stuurloosheid oproept.  Bij Freud is de drift (Trieb) het  ‘duister grondbegrip’[1] dat moet toelaten de energetische, dynamische, levende dimensie van het psychische te vatten.  ‘Onze mythologie’[2] noemt hij zijn driftenleer ook, waarmee hij meteen elke mogelijke invulling van de drift als een biologische, natuurlijke, instinctieve kracht van tafel veegt. Psychopathologische verschijnselen, symptomen dus, en onbewuste formaties getuigen voor Freud van in het begin van een strijd tussen tegengestelde krachten, die hij, uiteindelijk, als de levens- en de doodsdrift zal benoemen. De psychische realiteit schippert tussen liefde en haat, tussen gedrevenheid en fixatie, tussen dynamiek en inertie, tussen vernieuwing en herhaling.


Lacan zal afstappen van Freuds driftendualisme. Dood én leven zijn aanwezig in élke drift, stelt hij in
Seminarie XI. Hij conceptualiseert er die drift op een manier die ver voorbij Freud gaat en herbenoemt die als pulsie (pulsion). Maar die pulsie zal uiteindelijk slechts één van de zogenaamde paradigma’s van het ‘genot’ of de ‘genieting’ (jouissance) zijn die Jacques-Alain Miller doorheen Lacans onderwijs onderscheidt[3],  één van de conceptualisaties van de onmogelijke articulatie tussen wat mortificerend en wat bezielend werkt, tussen wat fixeert én (aan)drijft, bij een spreekwezen dat als sterfelijk betekend is maar ook een levend, dus genietend lichaam heeft.

Onder de titel ‘op drift of gedreven’ kiest het PPaK-Gent deze onmogelijke articulatie als invalshoek om klassieke maar ook hedendaagse klinische verschijnselen te lezen. RSI bijvoorbeeld. Neen, neen, niet de lacaniaanse dimensies van het Reële, Symbolische en Imaginaire, maar wel
Repetitive Strain Injury door herhaalde overbelasting als gevolg van het gedreven muisklikken bijvoorbeeld. Met dat klikken drijft men zich een weg doorheen de nieuwe sociale media waarin – ze waren amper ontstaan – de sexting en het gewelddadig gescheld op drift zijn geslagen. Het robbertje vechten op de speelplaats heeft plaats gemaakt voor een twitterend cyberpesten. Menig filmpje waarin iemand live driftig in elkaar wordt geslagen heeft de voorbije tijd voor beroering gezorgd. Het ongedurig swipen van het ene naar het andere Tinderbeeld ziet aan de horizon dan weer de aseksualiteit opduiken als nieuw fenomeen. Dit in een wereld waarin singles stilaan de koppels overtreffen, zo lazen we over de Japanse samenleving. Het gaat er in die koppels overigens nog weinig driftig aan toe. In contrast met het grote succes van de op maat gemaakte sekspoppen die als nieuwe vorm van pornoverslaving aan de specifieke vereisten van eenieders driften moeten voldoen zonder de lastige omweg langs de Ander en zonder beperking voor de carrière. De economische wereld mondt op haar beurt, met haar evaluatiedrift, uit in de inertie van de in omvang toenemende burn-out. Missing out – fomo (fear of missing out) – is het nieuwe angstfenomeen : net dat ene leuke evenement of feestje dat op facebook verschijnt te missen of gemist te hebben of er niet voor uitgenodigd te worden. Moeten we ons zeer gedreven permanent amuseren en genieten, dan moet de onthaasting hiertegen weer een barrière vormen. Jongeren melden zich aan omdat ze aan dit ‘systeem niet langer willen meewerken’ en gedreven op zoek zijn naar nieuwe alternatieve ankerpunten. Dan hadden we het nog niet over de driftige politieke discours die resulteren in een op drift geslagen vluchtelingenstroom. Die vluchtelingen presenteren zich meer en meer in onze institutionele praktijken en getuigen van een nieuwe, ongeziene reële kliniek. We zullen op deze nieuwe vormen van onbehagen in de cultuur nieuwe antwoorden moeten vinden!



[1] Sigmund Freud, Driften en hun lotgevallen, (1915), Werken, Boom, deel 7, p. 24.
[2] Sigmund Freud, Angst en driftleven, College XXXII, (1932), Werken, Boom, deel 10, p. 157.
[3] Jacques-Alain Miller, Les six paradigmes de la jouissance, La Cause freudienne, 43, pp. 7-29.