WERKTHEMA 2020-2021: Het lichaam verstoorDT


Een beeld in de spiegel, een versteende fallus, een oppervlak met gaten, een genietende substantie, een lege zak, de enige mentale consistentie, … :  het zijn enkele conceptualisaties van het lichaam doorheen Lacans onderwijs.  De heterogeniteit ervan is meteen duidelijk, de constante ook: nooit wordt het lichaam benaderd als een natuurlijk gegeven, nooit wordt het gereduceerd tot de fysische materialiteit van een levend organisme, nooit wordt het gesitueerd als de tegenhanger van het psychische. Verwonderlijk is dat niet. De psychoanalyse subverteert de cartesiaanse tweedeling. Het onbewuste is niet het psychische. Dat zagen we vorig jaar. Met het thema ‘Het lichaam verstoord/t’ willen we dit jaar de ‘lacaniaanse biologie’ verkennen.  

 Anders dan voor Descartes is het mysterie voor Lacan niet hoe lichaam en geest verbonden zijn. Het ‘lacaniaanse mysterie’ (Jacques-Alain Miller) is dat van de verbinding van betekenis en bevrediging, van betekenaar en genot, van onbewuste en sprekend lichaam. Dat sprekend lichaam valt niet in termen van uitgestrektheid (Descartes’ res extensa) te definiëren. Dat sprekend lichaam is een lichaam verstoord door taal én genot.

 Freud had het al ontdekt in de kliniek van de (conversie)hysterie: het lichaam spreekt, de symptomen van het verstoorde lichaam zijn dragers van een verborgen boodschap, een onbewuste betekenis. Die betekenis blijkt altijd seksueel. En dat seksuele verstoort omdat het altijd traumatisch is.  Het freudiaanse lichaam is een landschap getekend door erogene zones en partiële driften, overgeleverd aan het krachtenspel tussen levens- en doodsdriften. Van harmonie of homeostase kan per definitie geen sprake zijn.

 Lacan zal het lichaam op vele manieren conceptualiseren. Maar of hij het nu benadert vanuit het imaginaire, vanuit het symbolische of vanuit het reële, altijd staat het verstoord zijn op de voorgrond. Het is verbrokkeld (morcelé), hulpeloos (hilflos, détresse), gevoelig (sensible). Het raakt gealiëneerd, gemortificeerd (corpse), buiten-lijvig (hors-corps), getraumatiseerd.  En verstrikt (embrouille) als het is tussen leven en dood, tussen spreken en zwijgen (silet), tussen betekenisherhaling en genotsiteratie, verstoort het lichaam ook altijd.  

 De analytische kliniek is de kliniek van het onbewuste en het sprekend lichaam: een lichaam dat tegemoetkomt (Entgegenkommen) of zich niet geeft (refus); een lichaam dat het spreekwezen allerminst ‘is’, en verder ook alleen maar denkt te hebben; een lichaam dat het spreekwezen laat vallen (laisser tomber du corps propre) of dat er zelf vanonder muist (le corps fout le camp).

 Aan materiaal zullen we geen gebrek hebben …